| Nr | Bijvoegsel | Gebruik toekomst | Van functie | Naar functie | Bijvoegsel-betekenis voorschrijvend |
V.b. bestaand regelmatig | V.b. bestaand on-regelmatig |
V.b. nieuwvorming regelmatig | Toelichting | ||
| -(er)wijs | aanbevolen | bijvoeging | bijwoord | maakt een bijwoord van het bijvoegingswoord | logischerwijs, begrijpelijkerwijs, spelenderwijs | algemenerwijs (in plaats van 'in het algemeen') | het gebruik van dit achtervoegsel om bijvoegingen te verbijwoordelijken staat soms nog een beetje overdreven, maar in andere gevallen vervangt het een omschrijving. Op lange termijn lijkt afkorting tot '-wijs- nog beter | ||||
| 9 | -heid | aanbevolen | bijvoeging | naamwoord | geeft de bijvoeging weer als een abstract begrip | grootheid, veelheid, blijheid | |||||
| 4 | ver- | aanbevolen | bijvoeging / naamwoord | werkwoord | bijvoegingse betekenis: versterken of aanbrengen van de eigenschap | vergroten,
verminderen, verslappen, verwarmen. Nw > ww: verpulpen |
oudvormingen: vermalen, verwerken, verschrijven, verworden | vermogelijken | vermogelijken = mogelijk maken vgl. eng - enable, duits - ermoeglichen | ||
| 6 | her- | aanbevolen | bijvoeging / werkwoord | werkwoord | werkwoordelijke handeling opnieuw uitvoeren | herenigen, herschrijven, heroverwegen | herlevendigen | soms versmelt her- met het nakomende ver-. Bijvoorbeeld men zegt herenigen en niet herverenigen. | |||
| -achtig | aanbevolen | naamwoord | bijvoeging | iets lijkt op, valt in dezelfde groepering als het naamwoord | mensachtig, spinachtigen | vaak wetenschappelijke categorieen | |||||
| -gewijs | met mate | naamwoord | bijvoeging | naar de methode van het naamwoord (bezittelijk gebruik wordt afgeraden) | stapsgewijs, puntsgewijs | liefst met mate gebruiken wegens conflict met het gelijkende '-erwijs'; in bijwoordelijke functie liever 'stapserwijs', en in bijvoegingse functie 'staps' of 'stapmatig' | |||||
| 5 | -ig | aanbevolen | naamwoord | bijvoeging | met of als de eigenschappen van het naamwoord | harig, vrekkig, slonsig, tweepotig, vijandig | zie
artikel Taalse ontwikkeling voor specifieke gebruiksregels. Ter aanduiding van de zogenoemde eigenschappelijke relatie |
||||
| 2 | -lijk | aanbevolen | naamwoord | bijvoeging | betreffende het naamwoord in een bezittelijke relatie | ruimtelijk, vijandelijk, rechtelijk, woordelijk | Oudvormingen: tamelijk, bijvoegelijk, verkiezelijk | actielijk, marktelijk, kunstelijk, werknemerlijk, autolijk | zie
artikel Taalse ontwikkeling voor specifieke gebruiksregels. Vooral handig voor stapelingen -ingse, -heidse en -teitse. Let op: oudvormingen van werkwoord naar bijvoeging; deze functie is overgenomen door -zaam, -baar en -end. |
||
| -loos | aanbevolen | naamwoord | bijvoeging | zonder het naamwoordelijk verschijnsel | draadloos futloos |
||||||
| -matig | met mate | naamwoord | bijvoeging | naar de methode van het naamwoord (bezittelijk gebruik wordt afgeraden) | regelmatig, softwarematig, projectmatig, stelselmatig | Dit achtervoegsel heeft al een zekere voorbrengzaamheid in combinatie met allerlei uitheemse woorden, maar vaak ook in bezittelijke relatie. Maar het gebruik is aanbevolen voor de methodische relatie; gebruik anders -lijk of -s. | |||||
| 1 | -s | aanbevolen | naamwoord | bijvoeging | betreffende het naamwoord in een bezittelijke relatie | inheems, rechtstreeks, binnenlands, dubbellaags, voltijds | instellingse regels, overheidse gebouwen, voorkomingse maatregelen, meerderheidse keuze | zie
artikel Taalse ontwikkeling voor specifieke gebruiksregels. 1) stapelingen ‘-ingse’, ‘-heidse’ en ‘-teitse’ 2) gewone kortere woorden waar geen misverstand kan ontstaan |
|||
| -vol | naamwoord | bijvoeging | vol van de de eigenschappen van het naamwoord | gewetensvol, eervol, stijlvol, smaakvol | het verschil met '-ig' is dat het een soort overtreffende trap is. -vol is ook een meer recent achtervoegsel. | ||||||
| -baar | aanbevolen | werkwoord | bijvoeging | bij machte of in staat om het werkwoord te verwerklijken | uitvoerbaar, hoorbaar, bespreekbaar | vrijwel volledig voortbrengzaam | |||||
| -end | aanbevolen | werkwoord | bijvoeging | de handeling van het werkwoord wordt momenteel verricht | werkend, denkend | volledig voortbrengzaam | |||||
| -zaam | aanbevolen | werkwoord | bijvoeging | geeft aan dat de handeling van het werkwoord krachtig of veelvuldig wordt verricht | volgzaam, werkzaam | langzaam | handelzaam (=actief), schepzaam (=creatief) | de evenknie van het romaanse achtervoegsel -ief | |||
| -(e)nis | vermijden | werkwoord | naamwoord | -vermijden | geschiedenis | nadeel is dat het woord te lang wordt; zo is de nabouw te lang van het woord 'historisch' in bijvoorbeeld geschiedenislijk. Men zou dan beter denken aan bijv. geschiedings | |||||
| -er, -der | aanbevolen | werkwoord | naamwoord | uitvoerder van de handeling van het werkwoord | werker, denker | de variant -der is van toepassing na een werkwoordsstam eindigend op -r; uitvoerder, automatiseerder | |||||
| 8 | -ing | aanbevolen | werkwoord | naamwoord | het zelfstandig naamwoord dat de voortgaande of voltooide handeling weergeeft | beloning, bewering | sinds lang voortbrengzaam | ||||
| -ling | met mate | werkwoord | naamwoord | uitvoerder van de handeling van het werkwoord | inwijkeling, opstandeling | bruikbaar in bijzondere gevallen maar uiteindelijk is de vorming met -er verkiezelijk omdat deze korter is | |||||
| 7 | -sel | aanbevolen | werkwoord | naamwoord | een gevolg of resultaat van het werkwoord | schaafsel, raadsel, bijvoegsel, strooisel | een krachtig achtervoegsel om veel nieuwe woorden mee te bakken. | ||||
| - | aanbevolen | werkwoord | werkwoord | voorzetsel-omkering (=samensmeden van voorzetsel-werkwoorden) | ik
aanraad (naast ik raad aan); hij voorstelt (naast hij stelt voor) |
voorzetsel-omkering is al gebruikelijk bij de onbepaalde wijs, bijv. aanraden. Het moet mogelijk, maar niet verplicht zijn in andere situaties (zie ook artikel). | |||||
| wan-, mis- | beide mogelijk | werkwoord | werkwoord | geen of slechte uitvoering van het werkwoord | mishandelen, wanbetalen | ||||||
| 3 | be- | aanbevolen | werkwoord / naamwoord | werkwoord | scheppen van een voorwerp-opbouw | betegelen, bewerken, behandelen, bespreken | bereageren, bevoorwaarden | vergelijk
bestaande breedsprakige alternatieven: reageren op, indruk maken op, voorwaarden stellen aan of bestaand: tegels aanbrengen op, werk uitvoeren op, handelingen uitvoeren op, spreken over enz. |
|||
| ont- | aanbevolen | werkwoord / naamwoord | werkwoord | terugdraaien de handeling van het werkwoord, of het wegnemen van het naamwoord | ontgrendelen, onteigenen, ontharen, ontbossen | ontwerpen, ontwrichten | soms vervangt ont- het voorvoegsel ver-. Bijv. met zegt niet ontvergrendelen. | ||||