Taalse ontwikkeling en overleving
Samenvatting
In dit artikel is ingegaan op het belang van stelselmatige woordvormingswijzen voor de levendheid en het voortbestaan van een taal. Er is nader ingegaan op twee achtervoegsels die een grote invloed hebben voor woordvorming, maar in het huidige nederlands zwak uit de bus komen. Er zijn nieuwe kandidaten geidentificeerd die deze functies een nieuw leven kunnen inblazen, waarvoor wordt verwezen naar de conclusie.
Internationalisering (‘vertussenlandsing’)
De wereldwijde economie en moderne communicatie-middelen hebben ertoe geleid dat steeds meer internationale uitwisselingen plaatsvinden. Deze uitwisselingen vinden plaats op vele gebieden, en beinvloeden deze gebieden ook in sterke mate. In deze uitwisselingse soep (vergelijk de evolutionaire oersoep) vindt een proces plaats van natuurlijke selectie. Culturele kenmerken die krachtig, talrijk of op een bepaalde manier aantrekkelijk zijn, die zullen overleven, en anderszijds zwakkere, getalsarme, of onaantrekkelijke kenmerken zullen uitdoven. Dit is overigens niet voorschrijvend, doch beschrijvend bedoeld, bij wijze van theorie. We zijn uiteindelijk allen persoonlijk verantwoordelijk voor de keuzes die we maken.
Ook op het gebied van talen vindt beinvloeding plaats. Het Engels is daarbij in steeds grotere mate de overheersende internationale taal van communicatie. Een dergelijke uitwisselingstaal is mijn inziens nuttig en onontkoombaar. De internationale (Engelse) taal heeft echter ook grote invloed op de nationale talen.
Deze taalse beinvloeding kan zich uiten op verschillende manieren. Een belangrijke vorm is de integrale overneming van buitenlandse woorden, en een andere is het nabouwen van buitenlandse woorden uit eigen bestanddelen. Mijn stelling hieromtrent is de volgende:
Als een nationale taal wil overleven, dan moet deze eenduidige en krachtige taalkundige bouw-methoden hebben om zijn dynamiek te handhaven.
De taalse bouwwijzen hebben mijns inziens een veel grotere invloed dan tot nu verondersteld, t.o.v. de woordenschat.
Om deze stelling te onderbouwen zal ik twee scenarios beschrijven, die het ontwikkelingse verloop van de nationale taal beschrijven / voorspellen.
1) Overneming-gerichte talen
Een overnemingse taal zal in contact met een overheersende taal (verder te noemen: tussentaal) klakkeloos woorden overnemen. Het overnemen van deze woorden zal de eigen creativiteit in woordvorming onnodig maken. (zie verderop voor het begrip Afleidingse ontlening, en Ontleningse wortel-herleiding). Na verloop van tijd zal eigen woordvorming zelfs overkomen als ‘onnatuurlijk’, vreemd en absurd. Woordvormers zullen vanaf dat moment zelfs belachelijk worden gemaakt.
Op dat moment is de taal zijn dynamiek verloren, en zullen de sprekers ervan steeds vaker de voorkeur geven aan een bouwgerichte tussentaal, en daarmee de verdere uitdoving van de binnenlandse taal teweegbrengen.
2) Bouwgerichte talen
Bouwgerichte of bouwlijke talen zullen niet letterlijk woorden overnemen, als wel denkwijzen. Ze zullen de nieuwe denkwijzen inlijven in hun taal. Ze zullen de woordvormingse methoden overnemen in hun taal, en aldus zal de scheppings-kracht van de taal vergroten.
Een en ander zal ertoe leiden dat sprekers van de taal deze als krachtig ervaren en zich ermee kunnen vereenzelvigen. (mogelijkerwijs leidend tot een probleem van overmatige identificatie en chauvinisme).
Van beschrijvend naar voorschrijvend
Het zal wel duidelijk zijn geworden; ik geef de voorkeur aan de bouwgerichte benadering. Eenvoudigerwijs omdat het handig en leuk is om woorden in het Nederlands te kunnen vormen. Maar ook omdat het wel jammer is als het Nederlands verdwijnt. Wat op zich niet zo’n ramp hoeft te zijn, maar op het Engels in zijn huidige vorm valt ook wel wat af te dingen. De bouwgerichte tussentaal in het Engels is gedeeltelijk het Latijn!).
Strategie voor ‘herbouwlijking’ van het nederlands
Als een dergelijke keus zou worden gemaakt, dat moeten de vroegere, huidige en toekomstige woordvormingswijzen in kaart worden gebracht. Nu echter wil ik mij beperken tot twee bouwwijzen / achtervoegsels, die het meest aan verbetering toe zijn. Het betreft de verbijwoordelijking van bijvoeglijke naamwoorden en de (bezittelijke) verbijvoegelijking van zelfstandige naamwoorden (slik!). Bijvoegelijke naamwoorden zal ik ook afkorten tot ‘bijvoeging’.
1 – Verbijwoordelijking, gelijkvormig met Engels: general > generally
‘Generally it can be said that...’ wordt momenteel in het Nederlands vertaald met ‘In het algemeen kan men zeggen dat...’. Een beetje klunsig dus; men zou liever breedsprakige omschrijvingen vermijden. Het zou handig zijn als er in nederland ook een achtervoegsel zou zijn voor verbijwoordelijking van bijvoegelijke naamwoorden. Persoonlijk denk ik dat ‘-erwijs’ hier prima geschikt voor is. Dit wordt ook al gebruikt in bepaalde gevallen. Logischerwijs, begrijpelijkerwijs, spelenderwijs enz.
Dit toepassend zegt men dan dus: ‘Algemenerwijs kan men zeggen dat...’
Een verbetering zou het misschien nog zijn om het achtervoegsel op termijn in te korten tot ‘-wijs’.
2 – Verbijvoegelijking, gelijkvormig met natie > nationaal
Het gaat hier om de verbijvoegelijking van het zelfstandig naamwoord met het doel om een bezittelijke relatie weer te geven. In de romaanse talen is dit het achtervoegsel ‘-a(a)l’, zoals in nationaal, regionaal enzovoort. Deze laatste betekent zoiets als ‘van de regio’ of ‘betreffende de regio’. Dus de bezittelijke relatie kan worden omschreven met het woord ‘van’ en soms bijv. ‘voor’ (haarlak = lak voor haren). Het woord regio is trouwens een goed voorbeeld van een leenwoord dat vooral is ingeburgerd via zijn afgeleide ‘regionaal’. Vroeger werd het woord ‘streek’ veel meer gebruikt, maar aangezien er geen standaard en produktief achtervoegsel was, heeft men het woord regionaal geleend uit het romaanse erfgoed. Een woord als strekelijk, streeks of strekig heeft geen ingang gevonden als mogelijke afgeleide.
Via dit proces van afleidingse ontlening en evt. ontleningse wortel-herleiding zijn al heel wat woorden in het Nederlands gekomen, die eigenlijk een prima Nederlandse wortel hebben.
Voorbeelden (zie extra voorbeelden verderop in het artikel):
Vaak ook blijven de afleidingse ontlening en de Nederlandse wortel gewoon naast elkaar bestaan. (nucleair – kern).
Het Nederlands heeft wel achtervoegsels gebruikt die de benodigde functie hadden, maar deze zijn deels in onbruik geraakt (om één of andere reden). De belangrijkste achtervoegsels zijn:
|
Achtervoegsel |
Voorbeelden |
Functie (zie onder) |
|
-lijk |
vijandelijk, ruimtelijk, plaatselijk |
Bezittelijke relatie |
|
-s(ch); (-isch; is het verwante Duitse achtervoegsel, nu vooral gebruikt in romaanse afleidingen) |
binnenlands, deels, rechtstreeks, slaafs, naschools, inheems, voltijds
|
Bezittelijke of eigenschappelijke relatie |
|
-ig (ook wel –achtig) |
vijandig, hongerig, gelijkvormig, vrekkig |
Eigenschappelijke relatie |
|
-matig |
Projectmatig, beleidsmatig, softwarematig |
Methodische of soms bezittelijke relatie |
|
|
|
|
De laastse twee hebben nog wel wat meer produktiviteit.
Tegenwoordig worden verbijvoegelijkingen het vaakst gevormd door het Naamwoord + voltooid deelwoord, zoals milieu-gericht, huis-gebonden, zon-gerelateerd. Deze woorden zijn echter nogal lomp en bovendien kan er niets aan worden toegevoegd, waardoor aanvullende woordvorming wordt beperkt. Je kunt bijvoorbeeld wel zeggen uithuizig, maar uit-huisgebonden klinkt niet echt. Een interessante mogelijkheid is nog het bijvoegelijk naamwoord ‘eigen’, maar ook dit is feitelijk te lang.
Welke achtervoegsellijke kandidaten zijn het meest geschikt voor (her)invoering?
Een geschikt testwoord is ‘land’ met een romaanse evenknie ‘natie’. De kunst is nu om kandidaten te vinden voor achtervoegsels, die dit woord kunnen verbijvoegelijken. Van natie zijn afgeleid bijv. nationaal, internationaal en internationaliseren. De laatste door een extra achtervoeging van ‘-iseren’. (Voor ‘-iseren’ bestaat al een produktieve Nederlandse vormingsregel: ver- + bijvoegelijk naamwoord > werkwoord. Bijvoorbeeld: vergroten, versterken.)
We zullen de historische kandidaten eens testen als inheemse woordvormingen rondom nationaal:
Het achtervoegsel ‘–ig’ heeft echter meestal een betekenis waarbij meer een eigenschap wordt benadrukt dan een bezittelijke relatie. Vergelijk; ‘een vijandige houding’ tegenover ‘vijandelijke troepen’. Of in één zin het verschil weergevend:
‘de vijandelijke troepen gedroegen zich niet vijandig’.
De eigenschappelijke relatie is te omschrijven met de woorden ‘als’ of ‘met’. Bijvoorbeeld, vijandig = als de vijand, en roodharig = met rood haar.
In de combinatie met voorzetsels blijkt het eigenschappelijk karaker van het woord ‘eenvormig’, ‘eenarmig’ ‘veelkleurig’, ‘roodharig’.
Dergelijke combinaties zijn soms moeilijk te onderscheiden van bezittelijke relaties; zo kan men spreken over een meertraps raket maar ook van een meertrappige raket. Het onderscheid tussen bezittelijke en eigenschappelijke relaties is in die gevallen minder relevant.
‘-Matig’ heeft een sterke nuance van een methodische relatie. Dat wil zeggen, ‘op de wijze van’. Als voorbeeld, ‘projectmatig’ betekent: op de wijze van een project, oftewel ‘projectserwijs’. Soms is de betekenis veranderd naar een bezittelijke relatie. Hoe dan ook, deze kandidaat valt af vanwege het feit dat ‘–matig’ twee harde lettergrepen heeft, waardoor lange woorden te lang worden (ontwikkelingmatig). Bovendien worden voorvoegingen ook zogoed als onmogelijk. Bijv. ‘nabelastingmatige winst’ wordt te lomp, terwijl bv. ‘nabelastingse winst’ wel goed kan. Overigens kan de methodische relatie, zoals later naar voren komt, worden gevormd via stapeling van het bijvoegelijke en bijwoordelijke achtervoegsel, dus bijv. projectserwijs, softwarelijkerwijs. Dit is dan uiteraard in een bijwoordelijke context, dus er blijft (wellicht) nog wel ruimte voor het gebruik van ‘-matig’ in een bijvoegelijke context.
Aldus blijven er twee traditionele achtervoegsels over om de inheemse rol van ‘-aal’ te vervullen, te weten ‘-s’ en ‘-lijk’. Ik zet de ingeschatte voor- en nadelen in een tabel.
|
-lijk |
-s |
||
|
Voordelen |
Nadelen |
Voordelen |
Nadelen |
|
|
|
|
|
|
Het woord combineert goed met de meeste zelfstandige naamwoorden |
Het combineert echter niet zo goed achter het achtervoegsel ‘-ing’. Instellinglijk loopt wat minder. Bij het woord koning > koninklijk is een ‘k’ tussengevoegd, maar dat lijkt niet echt een verbetering. |
De genitief –s geeft een natuurlijke overgang voor –ing en –heid achtervoegsels. Bijv. instellingse doelen, overheidse uitgaven. |
Combineert zwak met woorden eindigend op een klinker (ruimtese ordening) |
|
Vrij sterk doorgedrongen in Duitsland (-lich), in het kader van internationale herkenbaarheid. |
Het achtervoegsel is in veel combinaties wat aan de lange kant, anderhalve lettergreep (overheidelijk) |
Compact; goede stapeling achter ‘–ing’ en ‘–heid’ |
Is als achtervoegsel wel erg klein en daarmee weinig herkenbaar. V.b.: ‘de belangen zijn lands, niet tussenlands’.
|
|
Er zijn al heel wat afleidingen via dit achtervoegsel. Bekende stapeling achter ‘-schap’ |
Soms conflict met bestaande woord of woordgebruik: zorgelijk, opmerkelijk, aanzienlijk, tamelijk. |
Sluit goed aan bij het Zuid-Afrikaanse bezittelijke voornaamwoord ‘se’ dat in dezelfde context wordt gebruikt. |
Conflicteert soms met de meervoud –s in bijv. acties. |
Het strategisch gebruik van achtervoegsel-stapels
Standaard-achtervoegsels van zelfstandige naamwoorden (zoals ‘-ing’ en ‘-heid’) hebben een bijzonder belang. Indien namelijke de bijvoegelijke achtervoegsels hier achteraan worden geplakt, ontstaan vaste patronen bijv ‘-heidse’ of ‘-ingse’. Dit vergroot de kans op succesvolle (her-)introductie van deze achtervoegsels aanzienlijk; immers er ontstaan snel herkenbare achtervoegsel-combinaties.
De beste keuze voor verschillende gevallen
Ten opzichte van eerdere overwegingen denk ik nu dat een combinatie van beide achtervoegsels het best is. Beide achtervoegsels hebben specifieke voordelen en kunnen in verschillende gevallen gebruikt worden (met een bepaalde overlap).
‘-s’ en ‘-lijk’ kunnen beide worden gebruikt bij:
‘-s’ kan het beste worden gebruikt bij:
‘-lijk’ kan het beste worden gebruikt bij:
In sommige gevallen is de keuze een kwestie van het ‘lekker bekken’ van een woord. Bestaande keuzes kunnen mijns inziens het beste worden gehandhaafd. In de onderstaande tabel wordt de voorkeurlijke afleidingen weergegeven, afhankelijk van de situatie.
Voorbeelden voor de verschillende gevallen
|
(tussentaalse) oorsprong/ aanleiding |
Geval |
‘-s’ afleiding |
‘-lijk’ afleiding |
|
Nuclear energy > nucleair |
Korter woord |
Kernse energie |
Kernlijke energie |
|
Lunar base |
Korter woord |
maanse basis |
Maanlijke basis |
|
Developmental psychology |
Na ‘-ing’ |
ontwikkelingse psychologie |
|
|
Applicational science |
Na ‘-ing’ |
toepassingse wetenschap |
|
|
Activiteitenbegeleiding |
Na ‘-teit’ |
Activiteitse begeleiding |
|
|
Overheids financien |
Na ‘-heid’ |
Overheidse financien |
|
|
Solar energie |
Korter woord |
zonse energie |
Zonlijke energie |
|
Environmental policy |
Eindigend op klinker |
|
milieulijk beleid |
|
Auto-gordel |
Eindigend op klinker |
|
Autolijke gordel |
|
Actie-bereidheid |
Eindigend op klinker |
|
Actielijke bereidheid |
|
Differential equation |
Korter woord |
Verschilse vergelijking |
Verschillijke vergelijking |
|
Thermal gradient > thermisch |
Eindigend op klinker |
|
Warmtelijk verloop |
|
Kunst |
Na een reeks medeklinkers |
|
Kunstelijk |
|
Markt |
Na een reeks medeklinkers |
|
Marktelijk |
|
Werknemer |
Meervoud op ‘-s’ |
|
Werknemerlijk |
|
Bijvoegsel |
Meervoud op ‘-s’ |
|
Bijvoegsellijk |
|
eigenschap |
Na ‘-schap’ |
|
Eigenschappelijk |
|
Semantisch <> Betekenis |
woorden eindigend op een ‘-s’ |
|
Betekenislijk |
|
Vijand |
Bestaande keuze |
|
Vijandelijke troepen |
Conclusie
Het achtervoegsel ‘–(er)wijs’ kan prima dienen om bijvoegelijke naamwoorden om te vormen naar bijwoorden.
Beide achtervoegsels ‘-s’ en ‘-lijk’ hebben voor- en nadelen.
Daarom is een keuze voorgesteld voor beide achtervoegsels die kunnen worden gebruikt in de gevallen waarin ze het best tot hun recht komen. Enige overlap is ook geen probleem, dus persoonlijke voorkeuren kunnen tot uiting worden gebracht.
Bovenstaand is de lijst met gevallen waarin het gebruik van de achtervoegsels wordt aangeraden.
Het bijwoordelijk en bijvoegelijk achtervoegsel kunnen ook weer worden gestapeld. (voorbeeldserwijs, natuurlijkerwijs).
Samenvatting
In dit artikel is ingegaan op het belang van stelselmatige woordvormingswijzen voor de levendheid en het voortbestaan van een taal. Er is nader ingegaan op twee achtervoegsels die een grote invloed hebben voor woordvorming, maar in het huidige nederlands zwak uit de bus komen. Er zijn nieuwe kandidaten geidentificeerd die deze functies een nieuw leven kunnen inblazen, waarvoor wordt verwezen naar de conclusie.