Inleiding – Spreek je moerstaal 2.0!

 

Lofzangen over de eigen taal kunnen gauw bijgedachten opleveren aan nationalistische leuzen en lieden. Hoewel ik warmvoelend ben voor ‘mijn’ taal heb ik ook waardering voor andermans talen en culturen. Ik geloof dus niet in of-of, maar in en-en. De of-of-benadering waarbij een cultuur ten koste gaat van een andere vind ik niet bevorderlijk voor de samenleving.

 

Een scheppingse benadering van de eigen cultuur

In tegenstelling tot sommige nationalisten is mijn benadering dus niet vernietigend maar scheppend van aard; de eigen cultuur naast die van anderen. Ik geloof dan ook dat culturen niet overheersend maar ‘nevenheersend’ moeten zijn.  Mijn benadering is dus meercultuurlijk, maar zonder de eigen cultuur te verkleinen of te verwaarlozen, maar juist door deze te ‘bezingen’, om het maar eens dichterlijk te zeggen. En als iemand anders vrolijk is over zijn cultuur des te beter.

 

De vraag kan zijn waarom iemand zich druk zou maken over de Nederlandse taal, in het bijzonder de bedreigingen daarvan. Voor mijzelf heeft dat er mee te maken dat ik mij wil kunnen uitdrukken op de wijze die mij bevalt. Dit betekent voor mij dat de taal kan worden gebruikt in huis, tuin en keuken, maar ook als wetenschappelijk middel. De taal moet kunnen uitdrukken dingen als gevoel, gedichten, praktische zaken, maar ook technische vernieuwingen en wijsgerige overwegingen.

 

Het komt steeds meer voor dat de taal wordt doorspekt met latijnse of griekse leenwoorden, omdat de gebruiker te gemakzuchtig of te  bang is om een nederlandse nieuwvorming te bedenken. Het kan ook zijn dat de persoon status meent te ontlenen aan het gebruik van deze ‘moeilijke’ woorden. Het kan ook duiden op een onvermogen om zelfstandig na te denken. Want die zogenaamde moeilijke woorden zijn opgebouwd uit eenvoudige delen in de betreffende taal. Hetzelfde kunnen wij doen voor het nederlands. Ik ervaar dit dan ook als een belangrijke vorm van democratisering!! Dat wil zeggen van ver-volksheersschappelijking. Dat wil zeggen het volk moet weer heersen en meedenken van uit zijn wortels, in de plaats van dat het slaafs aanneemt wat sommige hoge heren slinskerwijs proberen wijs te maken. Ik noem dat ‘zelfdenkzaamheid’.

 

In cultuur geldt algemenerwijs; of je creert cultuur, of je neemt het over. Goede ideeen overnemen is geen probleem, maar dingen klakkeloos overnemen wel. Je moet het wel beproeven, aanpassen aan, en inpassen in je eigen cultuur. Anders krijg je een soort junkfood-cultuur waarin je alles opvreet wat je wordt aangereikt…ehhh junkfood, zeg maar verslaafdenvoedsel?   ;-)…een vergaarbak van pulp-cultuur waarin iedereen de laatste mode slaafserwijs navolgt. Dat is niet de cultuur die mij voorstaat.

 

Daarom, beste lezer, maak ik mij druk over de Nederlandse taal, die ik zie als een belangrijk onderdeel van cultuur. En als je niet je eigen cultuur maakt, dan doen anderen het voor jou, en dat bevalt je misschien niet zo…

 

Op taalgebied is de ‘uitzaaiende’ cultuur afkomstig uit  de angelsaksische gebieden VS, Engeland e.d. Laat ik allereerst zeggen dat ik veel bewondering heb voor vele prachtige voortbrengselen van deze cultuur en er dus niet tegen ben ofzo. Wat taal betreft, de ‘angelsaksische’ cultuur is voor de moeilijkere teksten nog maar voor ong. 20% ofzo angelsaksisch, dat wil zeggen germaans; de rest voornamelijk romaans. Huis-, tuin- en keukentaal is nog wel veel meer germaans. Dat is historischerwijs zo verlopen (Willem de Veroveraar), en een feit. Maar het nederlands is voor ongeveer 90 % een germaanse taal, en in het nederlands werden van huisuit eigen woorden bedacht voor nieuwe begrippen. Die creativiteit (‘schepzaamheid’) om eigen woorden te bouwen, en te kunnen bouwen vind ik wel belangrijk.

 

De andere weg is om als een vuilnisbak alle buitenlandse woorden klakkeloos over te nemen. De voortbrengzaamheid van de taal wordt dan snel uitgehold. Het is dan te verwachten dat een soort mengingse taal van nederlands en engels ontstaat, waar de honden geen droog brood van lusten. Dan is het ook logisch dat iedereen op gegeven moment overgaat op het engels. Maar zover is het nog niet!

 

Alleen door de taal levendig en voortbrengzaam te houden kan deze voortbestaan. Ik doe hier een voorzet om de Nederlandse taal vernieuwen maar daar moet iedereen aan meehelpen natuurlijk. Daarom beaanraad ik een ieder, die ook warmte voelt voor het Nederlands, mee te doen en doeltreffende woordvormingswijzen te bedenken of te gebruiken. Het moet een gezamenlijk proces zijn waarin ieder zijn scheppinkjes bijdraagt aan het geheel.